Nacht

Met mijn adem volg ik de zijne. Ik probeer zijn ritme het mijne te maken. Zijn lichaam verwarmt me zonder me aan te raken. In de stilte probeer ik op te maken of hij slaapt. Lichtstralen glippen langs het gordijn naar binnen. De eerste zonnestralen of een lantaarnpaal. De tijd laat een diffuse waas achter en roerloos blijf ik liggen. En wacht. Hij ademt, ik adem. Ik staar naar het zwakke licht dat het gordijn omrand, als een aura. En wacht. Verlang naar het moment dat hij ontwaakt. Wetend dat dat ook het moment is waarop de wereld de nacht inruilt voor de dag en we elk weer onze eigen weg zullen gaan. Ik adem, hij ademt. En ik hoop dat hij voor altijd blijft slapen. Dat de tijd stil blijft staan. Alles blijft zoals nu. Een steek in mijn buik vertelt me dat ik moet pissen. Maar ik wil niet en blijf roerloos liggen. Bewust van de vluchtigheid van dit moment. x91Misschien is het zo al voorbij,x92 denk ik bij het horen van een scooter die door de straat rijdt. Mensen ontwaken. Hij ademt en ik adem met hem mee. De wereld begint steeds meer te bewegen. Ik voel het matras bewegen. En sidder als hij zijn arm om me heen slaat. Ik smelt, hij smelt. Samen, nog even en de wereld wacht nog maar even.

21 February 2011
By on 20:27
Moeder en dochter

We lachen samen een bitterzoete lach. De lach van het leven nadat de tranen zijn gedroogd. De longen gevuld met lucht, gevuld met het laatste beetje kracht dat je in je had. We zoeken samen naar oplossingen voor de aanhoudende zielenpijn. De wachtlijst voor mediteren voor vrouwen blijkt overvol te zijn. Die van de mannen is leeg. Mannen lopen gewoon hun pik achterna. En als ze een keer struikelen en vallen neuken ze zo, 'oeps, dat was niet mijn bedoeling', een ander. En wij vrouwen maar mediteren.

19 January 2011
By on 16:47
Was

Is dat wat er was ooit wel geweest?
Vraag ik me af
Nu ik zijn stem niet mis
Zijn handen niet mis
Zijn leven niet mis

Is dat wat er was ooit wel geweest?
Vraag ik me af
Nu ik niet meer een ben van de twee
Niet meer middelmatig of soms zelfs iets minder
Dan dat
Niet meer krampachtig
Proberen te zijn wie hij wenst dat ik ben

Niet meer leven voor een ander
Verander ik
Misschien niet nu
Maar later
In mezelf

11 December 2010
By on 09:57
Twijfel

Ik kan mezelf eventjes niet volgen. Ik kom er eventjes niet uit. Met drie wijnglazen in mijn hand. De vierde is gesneuveld ergens in de afgelopen 9 jaar. Dat er nog drie over zijn is een wonder. De rest dat tot voorkort nog heel was is wel kapot. Het is voorbij.

Hoe ik daar zat. Op mijn kamertje, 4 hoog, met als uitzicht het zijaanzicht van het Amsterdams Scheepvaartmuseum. Schoongeboend, opgeleukt en vol van zenuwen. Mijn warme adem besloeg het raam, belemmerde mijn zicht. Zodat ik bijna niet zag dat daar een witte Golf aan kwam rijden, het dakraam hermetisch afgewerkt met zwart ducktape. Ik wist toen nog niet uit ervaring dat de persoon die op de passagiersstoel zat zo nu en dan een druppel oud en roestig water over zijn gezicht voelde kruipen. Als het toen had gekund was ik weggevlucht. Maar als verlamd en verliefd bleef ik zitten. Hij stapte uit en ik boende driftig mijn raam schoon en volgde iedere millimeter van zijn bewegingen. Hoe hij de deur dichtsloeg, zijn tas achter uit de auto pakte en geld in de parkeermeter stopte. Hoe hij aanbelde en ik bijna rijp was voor een hartmassage. De grote rustige passen van zijn lange benen galmde door de portiek. Hij stond voor me en overhandigde een pakketje. Ik stroopte voorzichtig het papier van 4 wijnglazen. Een rode, een gele, een paarse en een groene. Eindelijk, hij was er. Wat er de rest van die avond gebeurde herinner ik me in een roes. De pasta die ik drie keer droog liet koken. Een huisgenoot die nieuwsgierig op mijn kamerdeur klopte. Hoe hij met zijn hoofd op mijn borst lag en ik vroeg: ben jij nu mijn vriendje dan? De broodjes gezond die hij de volgende ochtend ging halen om de hoek.

Ik twijfel, de glazen in mijn hand, het is voorbij. Overpeins de pijn die mijn hart zal beknellen bij elke druppel wijn die de gekleurde glazen in de toekomst vullen. Met de laatste beetje kracht dat ik in me heb, laat ik alle twijfel los, het is voorbij. Op de grond schitteren honderden stukjes gekleurd glas me tegemoet. Ik hoop dat het scherven van geluk zullen zijn.

4 December 2010
By on 16:47
Buurman

Hallo, jij bent zeker de nieuwe buurman
I'm Polish
Hi, I'm the new neighbour
I'm Polish
Yeah, and I'm the new neighbour
I'm Polish

Hij staart ergens in de verte achter mij. Ik kijk achterom om te zoeken wat zijn ogen zoeken en zie niets bijzonders.

I'm from next door
I'm Polish
Yeah, I know, I'm Dutch. And your new neighbour.

Ik richt me tot de gigantische herdershond die hij tussen zijn benen klemt, in de hoop iets van contact te krijgen. Een valse blik schrikt me af.

Well, good luck with your new house.
I'm Polish.
Yeah, I know

Hij doet de deur dicht en ik draai me om en loop terug naar huis. Dit beloofd nog wat.

1 October 2010
By on 17:26

Ik koos ervoor om een schelp te vereeuwigen en vermengde inkt met bloed tot een blijvend symbool op mijn huid. Maar het net zo goed een kattenluik kunnen zijn.
Een kattenluik?
Ja, een kattenluik?
Maar waarom zox92n vierkant ding?
Omdat een kattenluik staat voor alles wat belangrijk is in het leven en de liefde.
Wie voor het leven kiest, kiest daarbij onherroepelijk ook voor de dood. Wie voor een huisdier kiest, kiest onherroepelijk voor dat ene moment dat je het huis leeg aantreft als je thuis komt. En leeg blijft. En dan ga je zoeken. Maar ergens in de verte weet je het al. De dood is immers sneller dan de waarheid.

Om dit moment te voorkomen kan je krampachtig alles gesloten houden. Deuren en ramen potdicht. Geen zon geen wind geen lentelucht. Alles om de liefde te smoren in een cocon die je veilig waant.

Smoren, klampen, knijpen en wurgen.

Ik koos voor het kattenluikje. Vertrouwend dat alles wat ik lief heb gaat en weer terug komt. Uit vrije wil.

27 September 2010
By on 19:03
Soep

Ik zit achter de receptie mijn nagels te knippen en te vijlen. Want dat doen telefonistesreceptionistes, dat heb ik op televisie gezien. Ik verzamel de stukjes nagel al weken en berg ze zorgvuldig op in een enveloppe in mijn bureaula. Het bedrijf waar ik werk heet Provinciale Afvalsturing. Ik weet niet precies wat dat betekent, maar ik weet wel dat ik x91Goedemiddag, Provinciale Afvalsturingx92 moet zeggen als de telefoon gaat. Als die gaat, het is namelijk nogal rustig en ik verveel me. Ik schijn niet goed te functioneren. Dat bleek toen ik tijdens mijn dagelijkse soepronde een bezoekje bracht aan het hok vol secretaresses. Omhooggevallen Thea, staat bovenaan de pikorde, kakelt net dat ik te dom ben om de telefooncentrale te hanteren. En dat ik altijd met de soep mors. En dat ik dik en lelijk ben. Met dat laatste ben ik het eens. Ze heeft niet door dat ik al achter haar sta, totdat een tweederangs secretaresse ongemakkelijk kucht en Thea zich met een ruk omdraait. Haar hoofd wordt rood. x91Alsjeblieft Thea, hier heb je je kerriesoepx92 zeg ik en overhandig de soep zonder te morsen. Ze morrelt iets terug. Ik vervolg mijn tocht naar het kantoor van Erik. Mijn baas. Erik doet aan karate-mediteren en heeft net zijn LOI-cursus psychologie afgerond. Hij vindt nu dat ik mijn humor als afweermechanisme gebruik en dat x91zou niet moeten mogenx92. Er zijn veel dingen waarvan Erik vindt dat x91ze niet zouden moeten mogenx92. Nu durf ik niet meer te lachen. Ik durf met hem in de buurt trouwens wel meer dingen niet. Bewegen en ademen bijvoorbeeld. Als ik bij Erik ben voel ik iedere centimeter van mijn huid. Bij hem ben ik me er akelig bewust van dat mijn kleren rusten op mijn blote huid. En dat die kleren uit kunnen, en dat ook zijn kleren uit kunnen, en dat we dan allebei in onze blote kont zouden staan, en dat ik daar heel, heel bang van word. Erik vindt het fijn om me alle dossiers die op de grond van zijn kamer slingeren op te laten ruimen. Nog fijner vindt hij het om dan achter me te gaan staan, zodat ik als ik weer op wil staan zijn buik langs mijn kont voel glijden en kan ruiken dat hij niet graag zijn kleding wast. Hij vindt het ook fijn om met zijn lichaam de deuropening te blokkeren, zodat ik er niet meer langs kan. Ik heb eens tegen hem gezegd dat dat x91niet zou moeten mogenx92. Hij vond dat ik me aanstelde als een klein kind en zei: x91zo gaat dat in de grote mensen wereld.x92 Daarover had ik zo mijn twijfels.

Ik stap Erik zijn kantoor binnen. x91Alsjeblieft, hier je kerriesoep,x92 zeg ik. x91En ik neem per direct ontslag.x92 Erik kijkt me aan. x91Dan maar niet in de grote mensen wereld,x92 zeg ik en draai me om en ren weg, achter me hoor ik Erik schreeuwen. Drie straten verderop ga ik op een stoepje zitten snikken. Totdat die ene gedachte me troost. Door mijn tranen breekt een glimlach. Ze zitten nu te kauwen op mijn nagels die ik zorgvuldig uit de enveloppe in hun kerriesoep heb laten glijden.

20 September 2010
By on 12:00
Buurvrouw

Een paar maanden geleden lag ik te relaxen op de bank. Voor zover ik mij kan herinneren was het een warme zomeravond, die bruut werd verstoord door een idioot met een megafoon. Het monotone geluid deed mijn irritatie als snel koken van woede. Ik stormde naar buiten om die gek te vinden en zijn megafoon te ontmantelen. In plaats daarvan botste ik op mijn strijdtocht naar buiten tegen een dik stuk vlees aan en stond ik oog in oog met twee weke blauwe ogen omringd door een fletse bleke huid. Het bleek de nieuwe buurvrouw te zijn. En de nieuwe buurvrouw bleek gezegend met een stem die zonder megafoon gewoon klonk alsof ze door een megafoon stond te brullen. Ieder zijn eigen talent.

Het was even wennen, maar al snel bleek buurvrouw een geschikte buurvrouw te zijn. Ze genoot van een of andere uitkering, dus ze was altijd thuis om de pakketjes met kleding aan te nemen die ik in een opwelling via internet bestelde. Ze stond dan vervolgens netjes de hele dag achter de vitrage van haar keukenraam naar buiten te gluren. Net als ik de straat in kwam fietsen vloog haar voordeur open en overhandigde ze me het pakketje. We kletsen dan even over de tientallen caviax92s, konijnen en parkieten die ze pretendeerde te hebben maar waarvan ik nooit een glimp opving. Heel af en toe hoorde ik inderdaad 30 kanaries tjilpen, maar meestal was het doodstil. Ik had wilde fantasiexebn over waar die kanaries dan waren als alles zo stil was. Maar ik ben er nooit achter gekomen. Het gesprek bexebindigde ik altijd door mijn huis binnen te stappen en de deur te dicht te smijten zodat buurvrouw door had dat ik er niet meer was. Buurvrouw megafoonde dan altijd nog even door maar droop na een minuutje ook af.

Ook was buurvrouw een aangename aanvulling op mijn feestjes en partijtjes. Zodra de stemming er goed in zat liet ik iedereen in een kring plaats nemen en deed de muziek uit. Iedereen moest zijn kop houden en ik zorgde ervoor dat ik mijn laarzen met extra dikke hakken aan had. Zodra ik vond dat het stil genoeg was sprong ik zo ver als ik kon de lucht in en kwam met een dreun terecht op het laminaat. Verwachtingsvol keek mijn publiek mij aan. Het duurde meestal zox92n 20 seconden maar daarna konden we gezamenlijk genieten van hysterische buurvrouw die me een aantal ziektes toewenste alvorens ze me zou gaan vermoorden. Ook bleek uit haar woordkeus dat ze niet in God geloofde. Mijn vrienden hadden een LCD tv of een blits huis om mee te pronken. Ik had buurvrouw. Tot vandaag

Buurvouw moet verhuizen. De andere buren hebben twee keer de politie op haar af gestuurd want ze zijn bang. Ze durven hun huis niet meer uit, want buurvrouw wil ook hen vermoorden.

Ze brult met tranen in haar ogen hoe graag ze had willen blijven.
'Ik begrijp echt niet waarom de andere buren bang voor me zijn, en nu moet ik weg.'
Ik denk met een vleugje weemoed terug aan al haar creatief geformuleerde doodsbedreigingen en concludeer dat ze nog een talent heeft.
'En met buurvrouw kon ik altijd zo goed opschieten,x92 zegt buurvouw. x91We waren goede burenvrouwen,x92 vervolgt ze, en ik knik instemmend terwijl ik op de achtergrond een getatoexeberde bulldozer met een verrotte bank zie slepen. x91En ik bewaarde altijd de pakketjes voor buurvouw, dat vond ik zo mooi. Buurvrouw was dan altijd zo trots op mij, ja, dat kon ik wel zien aan buurvrouw.x92
Ik schaam me een beetje omdat ik nooit een trotse buurvrouw ben geweest.
Terwijl ik constateer dat mijn trommelvliezen het bijna begeven probeer ik iets te zien in haar blik. Iets angstaanjagends. Het bewijs dat deze ogen de toegangspoort zijn tot een zieke geest. Als ik heel goed kijk zie ik misschien nog net de weerspiegeling van de kanarie die ze deze ochtend in het afwasteiltje moet hebben verdronken. Terwijl zijn groene vleugeltjes door de keuken dwarrelde en aan de frituurpan bleven plakken. Want ze frituurt veel, dat kan je wel ruiken. Maar ik zie niets. Ik zie alleen iemand die balanceert op het randje van de maatschappij. Iemand die er net niet bij hoort en dus maar moet vertrekken van de woningbouw. Buurvrouw pakt met haar kleffe hand de mijne.
x91Bedankt dat je zox92n goede buurvrouw was buurvrouw.x92
x91Graag gedaan buurvouw.x92

Met een piep in mijn oren ga ik naar binnen en loop direct door naar de wasbak. En terwijl ik daar een tijdje grondig mijn handen sta te desinfecteren schaam ik me. Want buurvrouw is voorgoed weg en ik ben opgelucht.

19 September 2010
By on 14:01
Voor even 20

‘Hoe weet je eigenlijk dat je niet bij een seriemoordenaar in de auto bent gestapt?x92
x91Hoe weet jij eigenlijk dat ik geen seriemoordenaar bent?x92
x91Over dat soort dingen denk ik niet nax92 zei hij, maar zijn eerdere vraag verraadde het tegendeel.’
Ik kon me niet voorstellen dat hij in zijn leven ooit een moord zou gaan plegen. Hij, die 5 minuten nadat hij vroeg of hij naast me mocht zitten, een Balisto in mijn tas gooide. x91Voor laterx92 lichtte hij nonchalant toe. Hij vertelde dat hij weer bij zijn ouders woonde, tot 1 uur in bed had gelegen omdat de colleges zo saai waren en daarna met zijn zusje was wezen winkelen. Ik had diezelfde dag zuchtend met mijn vinger langs mijn eerste rimpels gestreken en uren in de spiegel getuurd om te zien hoe ook mijn huid ten prooi was gevallen aan de tijd. Maar dat vertelde ik niet. In plaats daarvan zei ik dat ik de boeken van het tentamen dat ons te wachten stond niet eens had gelezen. Hij lachte. Ik hoorde mijn leugen opgaan in het zenuwachtige geroezemoes van de eerstejaarsstudenten. Ergens uit een vroeg verleden wist ik dat het stoer was om vooral niet je best te doen en door te liegen was ik even weer net zo jong als hij. Hij vertelde dat hij een hele oude porsche cabrio had en toen hij me aanbood om me naar het station te brengen overwon mijn liefde voor autox92s het van mijn sluimerende angst. Toen we de donkere parkeerplaats opliepen vroeg hij of ik bang was. Ik zei van niet en constateerde dat het liegen me deze avond wel erg gemakkelijk af ging.
x91Hou je van Anouk?x92
‘Ja.x92
Ik zag hoe zijn 20-jarige vingers licht trilde toen hij de volumeknop een extra draai gaf en hij de verlaten parkeerplaats afscheurde. Hij gaf me tips en trucs over hoe ik mijn studie kon halen door zo min mogelijk te doen. Als gestrande tweedejaarsstudent waande hij zich immers een jaar ouder dan ik. Hij vertelde over zijn reis naar Canada, over de 7 maanden dat hij op zichzelf woonde. Hij was de oudste van ons twee en ik als klein meisje nam gewillig zijn vers vergaarde levenswijsheid aan. Hij liet zijn wielen spinnen en vroeg of ik op de valreep nog wel even officieel wou doen. Ik knikte.
xb4Jeroenxb4
xb4Lottexb4
Hij reed de parkeerplaats voor het station op.
xb4Moet je gelijk met de trein?x92
Het koste me moeite om uit te stappen, uit die cocon van vertrouwdheid. Zodra ik het portier opende voelde ik de vluchtigheid van dit moment. De koude lucht stroomde naar binnen samen met een diep gemis. Ik miste mezelf zoals ik het afgelopen uur was bij hem al voordat ik met beide benen weer op de stoep stond. Het moment was vluchtig en ik wenste dat het eeuwig zou duren. Maar juist door diezelfde vluchtigheid was deze ontmoeting magisch. Als ik de tijd zou rekken zou de magie enkel verloren gaan. Uiteindelijk zou de wereld weer werkelijk worden en ik weer 27 zijn.
‘Ik zie je wel bij de herkansingx92 loog ik voor de laatste keer en stapte uit. Hij toeterde en ik zwaaide. Automatisch greep mijn hand naar de Balisto in mijn tas.

16 February 2010
By on 08:02
Vriendinnen

Als ik bij jou alles zal zijn wat ik eigenlijk niet wil zijn, wil jij er dan voor zorgen dat de bodem van dat mandje zo dun mogelijk is, zodat ik er zeker doorheen val? Wil jij er voor zorgen dat alles glad is zodat ik glijd? En als ik dan op het randje van die afgrond sta, geef jij mij dan het laatste zetje? Kijk jij toe als ik val en verwacht te verpletteren? En als ik daar dan lig, niet vermorzeld noch verbrijzeld, wil je dan om me lachen zo hard je kan? En nadat ik het snot en de tranen uit mijn kleding heb gewrongen, nadat mijn mascara weer is bijgewerkt, drink je dan een bakje koffie met mij?

9 February 2010
By on 19:45